Hoe mijn persoonlijke verhaal uitgroeide tot een lesprogramma voor scholen

Ik kon geen verslaafde zijn. Dat beeld paste niet bij mij. Niet bij hoe ik eruitzag, niet bij hoe anderen mij zagen, en zeker niet bij hoe ik mezelf wilde zien. Dus bleef ik stil. Dat zwijgen begon niet bij middelen. Het begon veel eerder. Bij het gevoel dat wat er in mij omging niet klopte. Dat ik te veel was, of juist niet genoeg. Dat ik eerst iets moest oplossen voordat ik er mocht zijn. Zoals bij zoveel jongeren ging het niet over één probleem, maar over een langzaam opstapelend gevoel van onrust, leegte en er niet bij horen.

Wat niemand zag

Van buitenaf functioneerde ik. Ik deed wat er van me werd verwacht. Maar van binnen raakte ik steeds verder verwijderd van mezelf. Middelen werden geen doel, maar een middel. Een manier om rust te voelen. Om even niet te hoeven nadenken. Om erbij te horen zonder vragen. Pas tijdens mijn opname in een verslavingskliniek werd me iets pijnlijk duidelijk: niet alleen mijn gebruik had me in de problemen gebracht, maar vooral het gebrek aan ruimte om eerder eerlijk te zijn. Over hoe het écht met me ging. Over wat ik voelde. Over waar ik tegenaan liep.
Wat me misschien nog het meest raakte, was niet mijn eigen schaamte, maar de oordelen die ik overal tegenkwam. Over verslaving. Over “dat soort mensen”. Over zwakte en slechte keuzes. Ik herkende mezelf niet in dat beeld — en precies daardoor had ik zo lang gezwegen.

 

Het kantelpunt

Toen ik terugkeerde naar mijn studie, voelde het niet meer kloppend om verder te werken aan een project dat losstond van wat mij zo fundamenteel had veranderd. Mijn herstel had me niet alleen inzicht gegeven in verslaving, maar vooral in stigma. In hoe snel we oordelen. In hoe weinig ruimte er is voor nuance. En in hoeveel jongeren daar last van hebben, vaak zonder dat iemand het ziet. Ik voelde een sterke behoefte om mijn ervaring niet te laten eindigen bij mezelf. Niet om te waarschuwen, niet om te overtuigen, maar om iets open te breken. Een gesprek dat te vaak wordt vermeden.
Van verhaal naar dialoog In eerste instantie dacht ik dat bewustwording vooral draaide om informatie. Feiten, risico’s, uitleg. Maar hoe verder mijn onderzoek vorderde, hoe duidelijker het werd dat kennis alleen niet genoeg is. Jongeren weten vaak al veel. Wat ze missen, is herkenning. Iemand die zegt: je bent niet raar. Je bent niet de enige. En je hoeft dit niet alleen te dragen. Ik besloot mijn eigen verhaal te delen met jongeren. Dat was spannend. Kwetsbaar. En allesbehalve vanzelfsprekend. Maar wat er gebeurde, bevestigde alles wat ik intuïtief al voelde: het oordeel verdween niet meteen, maar het werd zachter.

 

Waarom dit een lesprogramma werd

Wat begon als een persoonlijk verhaal, groeide uit tot iets groters. Niet omdat één verhaal alles oplost, maar omdat één gesprek niet genoeg is. Veiligheid ontstaat niet in vijftig minuten. En jongeren zijn niet geholpen met een eenmalige les of een opgeheven vingertje. Daarom werd het een lesprogramma. Eén zorgvuldig opgebouwde les, de Dialoogroute, waarin mijn verhaal niet het eindpunt is, maar het begin. De les bestaat uit drie opeenvolgende onderdelen die samen een route vormen: van beeld, naar bewustwording, naar reflectie. De les start met een korte, creatieve opdracht waarin leerlingen onderzoeken hoe zij zelf naar verslaving kijken. Welke beelden en aannames leven er al, vaak zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Niet om die beelden te corrigeren, maar om ze zichtbaar te maken. Daarna volgt de documentaire. Mijn persoonlijke verhaal wordt gedeeld als uitnodiging tot luisteren, niet als waarschuwing of oordeel. Na afloop is er ruimte voor gesprek. Niet om het verhaal te beoordelen, maar om te onderzoeken wat het oproept. De focus verschuift van het individu naar stigma en normaliteit: wat vinden we normaal, wie bepaalt dat, en wat gebeurt er als je het gevoel hebt daarbuiten te vallen.

De les eindigt met gezamenlijke reflectie. Wat nemen leerlingen mee uit dit gesprek? Wat herkennen ze bij zichzelf of bij anderen? Het doel is niet om gedrag te veranderen, maar om bewustwording te creëren en ruimte te maken voor openheid.
Voor scholen die behoefte hebben aan meer verdieping, is er een optionele tweede les. In deze vervolgles krijgen leerlingen de tijd om verder te reflecteren, met behulp van gerichte reflectievragen en werkvormen die uitnodigen tot zelfonderzoek en dialoog. Zo krijgt wat in de eerste les is geopend de ruimte om te landen en verdiepen. Het programma is niet gericht op gedragsverandering, maar op het doorbreken van stigma. Op luisteren zonder oordeel. Op het normaliseren van twijfel, onzekerheid en kwetsbaarheid. Want pas wanneer die ruimte er is, ontstaat echte reflectie, en daarmee de mogelijkheid tot verandering.

 

Wat ik zelf nodig had

Als ik terugkijk, weet ik één ding zeker: wat mij had geholpen, was niet iemand die me vertelde wat fout was. Het was iemand die had gevraagd wat er speelde. Die had geluisterd, zonder label, zonder haast.
Dat is wat ik nu probeer te bieden in de klas. Niet omdat ik het antwoord heb, maar omdat ik weet hoe het voelt om te zwijgen. En omdat ik geloof dat jongeren pas echt tot zichzelf kunnen komen wanneer ze merken dat hun verhaal er mag zijn. Stigma doorbreken begint met luisteren. Niet met regels, maar met verhalen. Wat ik zelf nodig had, heb ik nu vormgegeven.

Vragen?
Of benieuwd wat
De Dialoogmakers
voor jouw organisatie kan betekenen?

Relevante artikelen

Hoe jongeren verslaving zien: tussen stigma, beelden en werkelijkheid

Lees meer

Verslaving is geen keuze, maar een overlevings­mechanisme

Lees meer

Hoe stigma onder jongeren ontstaat en waarom het hen leert zwijgen

Lees meer